1. Home
  2. > Voorjaarsbloeiers
  3. > Professional
  4. > Nieuws
  5. > Diversiteit en biodiversiteit met bloembollen

Diversiteit en biodiversiteit met bloembollen

Variatie en biodiversiteit zijn twee belangrijke aspecten als het gaat om de kwaliteit en belevingssfeer van groenelementen. Bloembollen dragen bij aan het versterken van de verscheidenheid aan leven. En Bloembollen zijn ook een waardevolle aanvulling op het groen in de openbare ruimte door de grote keuze aan kleur, geur en vorm.

Maandenlang kleur

Bewezen is dat planten met opvallende kleuren, geuren, vormen en structuren een positief effect op de gezondheid en het welzijn van mensen hebben. Zo nodigen bloembollen bijvoorbeeld uit om naar buiten te gaan. Al vroeg in het voorjaar brengen bloembollen als eerste kleur in de openbare ruimte. De voorbeelden zijn legio: groenstroken met lange linten van Narcissus (narcis), bakken met Tulipa (tulp) of gazons met Galanthus (sneeuwklokje) en Crocus (krokus). Naast deze bekendere soorten zijn ook minder bekende voorjaarsbollen geschikt voor het openbaar groen, waaronder Camassia (prairielelie), Eremurus (naald van Cleopatra) en Hyacinthoides (boshyacint). Door verschillende soorten en cultivars met verschillende bloeitijden, kleuren en hoogtes toe te passen, wordt de bloeitijd verlengd en de beplanting gevarieerd. Voorbijgangers genieten maanden achter elkaar van steeds weer nieuwe bloemen.

Insectenmagneten

Speciale bijen- en vlindermengsels winnen aan populariteit. Vooral in het vroege voorjaar, als nog maar weinig andere planten bloeien, is het stuifmeel en de nectar in de bloemen van groot belang voor vlinders, hommels en bijen. Crocus (krokus) is de absolute topper onder de vroegbloeiende bollen, maar ook Galanthus (sneeuwklokje), Scilla (sterhyacint) en Eranthis (winterakoniet) zijn insectenmagneten. Later in het jaar nemen onder meer Allium (sierui), Camassia (prairielelie) en Anemone (anemoon) deze rol over.

223432_aangepast.jpg

Juiste keuzes

Er is de laatste jaren veel nieuwe kennis ontwikkeld over de beheermethoden en beplantingskeuze van bloembollen in de openbare ruimte. Door de juiste bloembollen te kiezen, is iedere locatie geschikt:
wegbermen, gazons, rotondes, borders, onderbeplanting van struiken en bomen en bakken of schalen. De gekleurde bloemen brengen vooral veel plezier op zichtlocaties en plaatsen waar veel mensen langskomen. Bloembollen die verwilderen zijn bij uitstek geschikt voor combinatiebeplantingen. Ze worden dan onderdeel van een meerjarige beplanting met bijvoorbeeld heesters of vaste planten. Ook in gras groeien veel bloembollen goed, bijvoorbeeld Narcissus (botanische narcis), Fritillaria meleagris (wilde kievitsbloem) en Allium ‘Purple Senstation’ (sierui). Met de juiste keuzes gaat een beplanting jarenlang mee. Bovendien is deze beplanting extensief te beheren, waarbij slechts in geringe mate onderhoud nodig is.

Feiten voorjaarsbollen

  • Bloembollen kunnen met de hand of machinaal worden geplant.
  • Als de juiste bollen op de juiste plaats staan, komen ze jarenlang achtereen terug. Sommige soorten zoals Galanthus nivalis (sneeuwklokje), Crocus tommasinianus (boerenkrokus), Hyactinhoides non-scripta (boshyacint) en Anemone nemerosa (bosanemoon), vermeerderen zich bovendien. Na een aantal jaren vormen er grote bloeiende tapijten.
  • Vroegbloeiende soorten gedijen goed onder struiken of bomen, waar andere planten het moeilijk hebben. Als de bomen en struiken nog kaal zijn, staan ze al volop in bloei.
  • Een combinatie van voorjaarsbloeiende bollen met zomerbollen en eenjarigen, geeft vanaf het vroege voorjaar tot laat in het najaar kleur. 
  • Bermen met bollenmengsels hoeven maar een of twee keer per jaar te worden gemaaid.
  • De bladeren moeten de tijd krijgen om volledig af te sterven, zodat voldoende reservestoffen worden opgeslagen voor een rijke bloei in het jaar erop. Maai gras met verwilderingsbollen daarom pas als de bovengrondse bladeren volledig zijn verdroogd.

225422_aangepast.jpg 207280_aangepast.jpg

Deel deze pagina:
Terug naar Nieuws