Onderhoud en verzorging

Bloembollen zijn makkelijk in onderhoud. Veel bloembollen kunnen zelfs jaren op dezelfde plek blijven staan. Ze vermeerderen vanzelf; dit doen ze via uitzaaien of door spontane bolgroei. Dit noemen we verwilderen. Narcis, krokus, winter akoniet, anemoon, sneeuwklokje, Scilla en Muscari vormen na een tijdje zelfs een heel tapijt.

Een aantal bloembollen, zoals tulp en hyacint, bloeit het eerste jaar na planten rijk, maar in de jaren daarna raakt de bloembol uitgeput en bloeit deze steeds minder. Een uitzondering hierop zijn de botanische tulpensoorten.

Een aantal tips om lang van de bloembollen te kunnen genieten:

Uitgebloeide bloembollen
De bloembollen hebben wekenlang in de tuin geschitterd, zo gezellig! Maar dan zijn ze uitgebloeid. Wat doe je met uitgebloeide bloembollen? Het is niet zo’n fraai gezicht om de bloemen te laten verwelken en de steel en het blad geel te zien worden. Maar ja , is het nu het beste om ze af te knippen of niet?

Twee keuzes met uitgebloeide bloembollen
Wat je met uitgebloeide bloembollen moet doen hangt helemaal van je eigen keus af. Wil je volgend jaar weer van dezelfde bloembollen genieten en hou je van tuinieren? Dan kun je ze bewaren. Wil niet teveel werk en volgend jaar weer nieuwe soorten en kleuren bloembollen uitproberen? Dan hoef je er niets mee te doen.

Uitgebloeide bloembollen bewaren
De echte tuinliefhebbers maken vaker de keus om de uitgebloeide bloembollen te bewaren om er volgend jaar opnieuw van te kunnen genieten. De belangrijkste regel bij uitgebloeide bloembollen is dat het loof (de stengel en het blad) van de bloembollen moet afsterven. Dan kunnen de uitgebloeide bloembollen weer voeding uit het bladgroen opnemen. Dat doen ze om sterk genoeg te worden om volgende jaar weer goed te kunnen groeien en bloeien. Op het moment dat ook het blad en de steel volledig afgestorven is kunnen de bloembollen uit de grond gehaald worden. Hierna kunnen de uitgebloeide bloembollen in een kartonnen doos droog en koel bewaard worden totdat ze volgend jaar weer de grond in kunnen.